Bovenkamer

 

Door        Jos Tendijck en Carolien Ceton (Buurtalliantie)
Tijd          12.30 - 14.30 uur
Locatie    Lokaal B (BG)
Thema     Zorg, wonen, welzijn

In de Bovenkamer worden dit jaar een drietal casussen besproken. De casusdragers presenteren hun probleem aan een dertigtal bestuurders van de partners van platform Buurtalliantie en enkele genodigden. De groep is verdeeld over drie tafels, die zich buigen over de problemen met het doel de brenger concrete stappen verder te helpen. Dat is niet bij iedere casus even succesvol.
 
Het Makassarplein in Amsterdam Oost
De eerste brenger is Rob van Veelen, participatiemakelaar in de Amsterdamse Indische buurt. In deze buurt leeft driekwart van de gezinnen in armoede, de schooluitval onder jongeren is dramatisch. Een van de redenen is dat een vaderfiguur in die gezinnen vaak ontbreekt. Een deel van de vaders is fysiek gewoon afwezig, een ander deel begrijpt de stedelijke cultuur waarin hun kinderen opgroeien niet. De moeders moeten vooral hard werken om het huishouden draaiende te houden.
In de Indische buurt zijn achttien beleidsinterventies op jeugd, van hulpverlening tot interventies op veiligheidsgebied. Er zijn ook verschillende burgerinitiatieven. Zo heeft een aantal informele straatleiders het voortouw genomen om met de hangjongeren iets te gaan doen in de sfeer van kunst en techniek, het jongerennetwerk StreetsmArt. Daarnaast is er een buurtvader-buurtmoederproject, waarin bewoners een luisterend oor bieden aan de jongeren van wie de vader afwezig is. Sinds kort is daar nog een initiatief bijgekomen: de Makassarplein-community. Een groep mannen en vrouwen die zich zorgen maakt, dat de jongeren kansen missen op school of op werk bijvoorbeeld, en over hun gebrek aan discipline en kleine criminaliteit. Rob van Veelen verwacht veel van de community en zou willen dat ze meer verantwoordelijkheid neemt en krijgt. Welke vorm van leiderschap vergt het om het burgerinitiatief van de Makkasserplein-community te stimuleren en ontwikkelen?

MOE-landers in West-Friesland
Steeds meer mensen uit Midden- en Oost Europa vestigen zich in West-Friesland, voor een langere of minder lange periode. Dat is een proces dat volgens casusdrager Albert Gieling, directeur van corporatie De Woonschakel, al jaren bezig is. In 2007 waarschuwde hij de gemeente dat het niet goed ging. Veel Polen schreven zich in als woningzoekende. Er waren misstanden, in pensions, met onderverhuur en malafide uitzendbureaus.
Met de groep MOE-landers dat wilde blijven gaat het nu redelijk goed, maar rond de groep die nu op en neer reist naar Oost-Europa, is het nog even problematisch. Zo’n vijf- tot zesduizend mensen zijn nu werkzaam in de Westfriese regio waarvan er een deel nog steeds zou willen blijven. Het is nu vier jaar na Alberts alarm en is er nog altijd geen extra woning bijgekomen.
De case wordt beschouwd als een probleem rondom samenwerking. Hoe kunnen maatschappelijke organisaties, waaronder De Woonschakel, ervoor zorgen dat de verschillende groepen MOE-landers goed in de samenleving integreren?

Brede buurtscholen in Den Haag
De Schilderswijk is een problematische wijk, zegt casusbrenger Annet Bertram, secretaris van de Gemeente Den Haag. De wijk wordt onder meer gekenmerkt door hoge schooluitval en kleine criminaliteit. Een van de instrumenten om het tij te keren is talentontwikkeling. Als je in die wijk iets wilt doen aan talentontwikkeling, is het zinvol zowel kinderen en jongeren àls ouders naar school te krijgen en daar een totaalpakket aan te bieden. Onderwijs, welzijnsactiviteiten, sport en gezondheidsprogramma’s op elkaar afgestemd, overdag, 's avonds en in de weekenden.
Met die intentie is er in de wijk nu de Campus Teniersplantsoen, waar een dozijn instellingen op genoemde terreinen hun krachten hebben gebundeld tot een 'sterk en vitaal voorzieningencluster', waar brede ontwikkeling van jong en oud centraal staat in een 7 maal 24uurs programma.

Het college van Den Haag wil het succes van de Campus Teniersplantsoen verder uitrollen. De gemeente maakt zich namelijk zorgen over het teruglopend aantal leerlingen op HAVO/VWO-onderwijs in de Schildersbuurt. Dat tegengaan ziet ze als een collectieve opgave. Het college heeft daarom recent gesproken met bestuur van VO-Haaglanden, waar het Johan de Witt college uit de Schilderswijk onder valt. Dat heeft ingestemd met een verkenning van een brede coalitie waarvan het college deel uit zal maken
De case wordt beschouwd als een uitdaging in ondernemerschap. Ondernemerschap van partners en gemeente om over hun eigen schaduw heen te springen en bijvoorbeeld de diverse budgetten (onderwijs, sport, bibliotheek, welzijn en cultuur) te ontschotten en in te zetten ten behoeve van een brede buurtschool plus. Hoe ziet zo'n proces eruit en hoe kunnen we ertoe komen?

Nogmaals het Makassarplein
Rob van Veelen is blij met de suggesties die hij van zijn tafelgenoten heeft gekregen over het ondersteunen van een burgerinitiatief rondom jongerenproblematiek. Hij gaat met de volgende duidelijke antwoorden naar huis. Je moet:
1. beschikken over een wethouder die het initiatief omarmt en met mandaat ondersteunt.
2. een wijkcoach aanstellen, die mandaat heeft om problemen op te lossen en zonder tussenkomst acute hulp kan inschakelen. Je bent dan niet gebonden aan bv indicatiestellingen van verschillende organisaties.
3. de wijkcoach laten investeren in participatie van bewoners en bedrijven op deze problematiek: netwerken opzetten.
4. de wijkcoach blijvend in contact laten staan met het bewonersinitiatief over de oplossingen en hun rol daarin.
Van Veelen: "Ik ga er morgen nog met mijn partners in de buurt mee aan de slag!"

Nogmaals De MOE-landers
Albert Gieling is blij omdat hij zich nu minder eigenaar voelt van de problematiek rondom MOE-landers in West-Friesland. Vooral de gemeenten moeten het bestuurlijke lef hebben om te zeggen: we zetten hier 200 woningen neer. Ook werkgevers en uitzendbureaus moeten aan de bak. Zij profiteren van het werk van de MOE-landers en moeten daarom onder druk worden gezet mee te werken aan goede, legale huisvesting.
Ook aan de sociaal-maatschappelijke kant van de zaak liggen kansen. Politici lopen vaak weg voor deze problematiek omdat er gebrek is aan maatschappelijk draagvlak, zoals dat het geval is voor het opzetten van een asielzoekerscentrum. Dat draagvlak moet je dus creëren, via genoemde marktpartijen, maar ook via de katholieke parochie, die zich kan verheugen op de toeloop van Poolse katholieken.
Een betrokken wethouder of provinciaal bestuurder die de boel trekt is natuurlijk een pre in dit soort kwesties. Helaas raakten bestuurders in West-Friesland pas betrokken na een incident, een pensionbrand waarbij twee MOE-landers de dood vonden. De overledenen konden niet worden geïdentificeerd, omdat hun bedden per 12 uur werden verhuurd...

Nogmaals De Haagse Brede School
Ted Zwietering, programmadirecteur krachtwijken Gemeente Den Haag en presentator van uitkomsten van de Brede School-tafel, meldt allereerst dat de tafel niet blij is over het idee van een uitrol om de uitrol. Beter zou het zijn per locatie te kiezen wie je partners zijn en wie de eigenaar van het project moet leveren. In die discussie is veel tijd gaan zitten. Het proces van macht en mandaat afstaan aan een krachtige uitvoerende organisatie is daardoor minder aan bod gekomen. Het idee is geopperd een gebiedsgerichte stichting op te richten die het hele programma gaat realiseren. De betrokken instituties (onderwijs, welzijn, bibliotheek, sport) zouden daarin een deel van hun geld moeten inbrengen.


Tot slot: tips vanuit de theorie
Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap en directeur van Buurtalliantie-partner Verwey Jonker Instituut, geeft aan het slot van De Bovenkamer een samenvatting van het proces van probleemanalyses en strategiekeuzes en komt met de volgende tips:

1. Er moet in dit soort kwesties een VERHAAL zijn dat energie geeft. Dit verhaal moet voortvloeien uit de benoeming van concrete problemen of kansen. Blijf niet stilstaan bij de verlammende complexiteit.
2. Reduceer complexiteit door FOCUS; maatwerk is een sleutelwoord, maar moet niet als alibi worden gebruikt voor niets doen. Iets ‘uitrollen’ is ook te beperkt, het proces daar naartoe is vaak belangrijker.
3. Maak PROBLEEMDIAGNOSES of KANSANALYSES in plaats van te vertrouwen op vraag- of aanbodsturing. Samenwerking kan nooit plaatsvinden vanuit een enkelvoudig gedefinieerd aanbod of vanuit een eendimensionale vraag. Heb oog voor kansen, die zich soms op onverwachte wijze aanbieden, zoals de katholieke kerk bij de MOE-landers.  
4. Organiseer altijd vanuit KERNWAARDEN en kernfuncties. In het jazzorkest speelt de trompettist niet op de piano. Vanuit die kern maken we deel uit van een groter geheel. Waak voor hybride organisaties en constructies. Samenwerking dient plaats te vinden vanuit helder gedefinieerde rollen en identiteiten.
5. Maak ONDERSCHEID tussen het kleine verhaal en het grote verhaal (zoek de oplossing bij de schaal van het probleem). Het kleine verhaal betreft de directe aanpak op korte termijn: ‘take a problem and fix it!’. Het grote verhaal betreft de maatschappelijke context en eventueel gewenste veranderingen op langere termijn. Dit grote verhaal mag de concrete aanpak niet frustreren.
6. PROCES = INHOUD. Blijf niet te lang analyseren. Ga aan de slag en gun jezelf een valse noot. In het samenspel ontwikkelt zich het product en het eindresultaat.

Van Boutelier verscheen recentelijk "De Improvisatiemaatschappij - over de sociale ordening van een onbegrensde wereld." Het Jazzorkest is daarin metafoor voor een nieuw soort ordeningsprincipe.